Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Om de grondwaterstand op een bepaalde locatie te kennen, kan de DOV-website je inderdaad een eerste indicatie geven.
De precieze toestand vraagt echter steeds verder onderzoek. De grondwatertafel kan immers door tal van factoren worden beïnvloed.
Zo hebben naburige grondwaterwinningen, klimatologische omstandigheden, ondergrondse werken en constructies, oppervlaktewater uit de omgeving,... effect op het grondwaterniveau.

Op deze pagina staat heel wat achtergrondinformatie over de grondwaterstand.
En hoe je een indicatie kan krijgen van de gemiddelde grondwaterstand op een plaats via DOV.
In dit document staat ook extra informatie rond ‘infiltratie'.

Concreet kan je gebruik maken van de DOV-verkenner.
Je voegt hiervoor de kaartlaag ‘Grondwatermeetnetten’ toe in de DOV-verkenner.
Om de grondwaterstand van de 1e grondwaterlaag onder het maaiveld te weten te komen kan je kijken naar Filter 1 (van een put van meetnet 8 - het freatische grondwatermeetnet (de blauwe vierkantjes)).
Je mag geen gemiddelde maken van de 3 filters, want deze zitten op andere dieptes in de ondergrond.

In de filterfiche zie je onder het tabblad "peilmetingen" alle uitgevoerde metingen staan.
In de 5e kolom zie de diepte van het grondwater t.o.v. het referentiepunt en in de 6e kolom de diepte t.o.v. TAW (het zeeniveau).

Via deze link ga je meteen naar verkenner met de juiste kaartlagen actief.


Om een indicatie te hebben van de grondwatertafel op jouw perceel moet je ook rekening houden met het verschil in topografie (heuvel, dal, …). Dit kan je doen door de hoogte (de Z-waarde) te vergelijken op de plaats van de meetput en op de plaats van je perceel. De z-waarde (maaiveld in mTAW) kan je bepalen door met de zwarte doorprik 'i' te klikken op de kaart.

Wat misschien ook interessant kan zijn, is de Grondwaterstandindicator , die een beeld geeft van de huidige stijghoogte van het grondwater ten opzichte van het verleden. Bij de grafiek zie je of de grondwatertrend dalende/stijgende is.

Het grondwaterpeil fluctueert doorheen het jaar. Gewoonlijk wordt het minst diepe punt bereikt eind maart en het diepste eind september. Daarnaast varieert het grondwaterpeil van jaar tot jaar. Het waterpeil dat bijvoorbeeld eind maart bereikt wordt, is afhankelijk van de weerscondities in de periode die eraan vooraf gaat en die weerscondities zijn elk jaar lichtjes anders.

Ook deze punten van de grondwaterstandindicator kunt u op de kaart zetten, namelijk door de kaartlaag ‘Grondwaterstandindicator freatische grondwater’ aan te vinken in de DOV-verkenner.

Daarnaast kan je op jouw locatie ook een 'virtuele boring' door de ondergrond maken.
Daarvoor klik je op het symbooltje van de virtuele boring (net een schroef) boven in de DOV-verkenner. En daarna op jouw perceel. Je ziet dan geologische laagopbouw en in de rechtse kolom ook de watervoerende lagen (aquifers) en de grondlagen die weinig doorlatend zijn (de aquitards).

  • No labels