Deze interpretatiegids geldt vanaf 1 december 2025. 


M.e.r.-plicht

Het m.e.r.-besluit 2025 bevat 2 bijlagen:

  • Bijlage 1: projecten waarvoor altijd een project-MER vereist is.
  • Bijlage 2: projecten waarvoor minstens een project-m.e.r.-screening nodig is.

In de project-m.e.r.-screening moet je aantonen dat er geen mogelijke aanzienlijke effecten te verwachten zijn. Is dat niet het geval, dan moet alsnog een project-MER opgemaakt worden. 

Bij het bepalen van de project-m.e.r.-plicht wordt gekeken naar het voorwerp van de vergunningsaanvraag. Elk vergunningsplichtig onderdeel van het project moet afzonderlijk worden afgetoetst aan de rubrieken van bijlage 1 en 2 van het m.e.r.-besluit. Valt het vergunningsplichtige onderdeel onder een rubriek van bijlage 1 of 2 van het m.e.r.-besluit, dan is het project m.e.r.-plichtig. Indien daarentegen voor geen enkel vergunningsplichtig onderdeel van de vergunningsaanvraag een m.e.r.-plicht geldt, dan is het project niet m.e.r.-plichtig. 

In het geval het voorwerp van de vergunningsaanvraag of onderdelen ervan tegelijkertijd onder de toepassing vallen van verschillende bijlagen, dan dient voor het project de procedure van de bijlage met het laagste nummer gevolgd te worden

Hulp nodig?       

  • Project-m.e.r.-plichttool: bepaal onder welke rubriek jouw activiteit valt
  • Project-m.e.r.-screeningstool: stel eenvoudig een screening op

      naar tools m.e.r.

Toelichting per activiteit

Deze handleidingen verduidelijken rubrieken die vaak tot interpretatieproblemen leiden. Ze helpen om beter te begrijpen welke projecten hieronder vallen.

De handleidingen zijn enkel van toepassing op vergunningsplichtige projecten met inbegrip van wijzigingen of uitbreidingen hieraan. Indien voor een bepaald project geen vergunning nodig is, dan dienen deze handleidingen niet doorlopen te worden.

Bijlagen

1raffinaderijen van ruwe aardolie (met uitzondering van de bedrijven die uitsluitend smeermiddelen uit ruwe olie vervaardigen), alsmede installaties voor de vergassing en  vloeibaarmaking van ten minste 500 ton steenkool of bitumineuze schisten per dag
2athermische centrales en andere verbrandingsinstallaties met een warmtevermogen van ten minste 300 megawatt

bkerncentrales en andere kernreactoren, met inbegrip van de ontmanteling of buitengebruikstelling van dergelijke centrales of reactoren (1) (met uitzondering van onderzoeksinstallaties voor de productie en verwerking van splijt- en kweekstoffen, met een constant vermogen van ten hoogste 1 thermische kW)
3ainstallaties voor de opwerking van bestraalde splijtstoffen

b

installaties die ontworpen zijn:

  • voor de productie of de verrijking van splijtstoffen
  • voor de behandeling van bestraalde splijtstoffen of hoog radioactief afval
  • voor de definitieve verwijdering van bestraalde splijtstoffen
  • uitsluitend voor de definitieve verwijdering van radioactief afval
  • uitsluitend voor de (voor meer dan tien jaar geplande) opslag van bestraalde splijtstoffen of radioactief afval op een andere plaats dan het productieterrein
4ageïntegreerde hoogovenbedrijven voor de productie van ruwijzer en staal

binstallaties voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés
5installaties voor de winning van asbest, alsmede voor de behandeling en de verwerking van asbest en asbesthoudende producten: voor producten van asbestcement, met een
jaarproductie van meer dan 20.000 ton eindproducten, voor remvoeringen, met een jaarproductie van meer dan 50 ton eindproducten, alsmede - voor andere  toepassingsmogelijkheden van asbest - met een gebruik van meer dan 200 ton per jaar
6


geïntegreerde chemische installaties, dat wil zeggen installaties voor de fabricage op industriële schaal van stoffen door chemische omzetting, waarin verscheidene eenheden naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn, bestemd voor de fabricage van:

7aanleg van spoorlijnen voor spoorverkeer over een lengte van 10 km of meer
8aanleg van vliegvelden met een start- en landingsbaan van ten minste 2100 meter
9aanleg van autosnelwegen en autowegen, met inbegrip van de hoofdwegen
10aanleg van nieuwe wegen met vier of meer rijstroken, of verlegging en/of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken, als de nieuwe weg, of het verlegde en/of verbrede weggedeelte een ononderbroken lengte van 10 km of meer heeft
11aanleg van waterwegen en havens voor de binnenscheepvaart voor schepen van meer dan 1350 ton
12zeehandelshavens, met het land verbonden en buiten havens gelegen pieren voor lossen en laden (met uitzondering van pieren voor veerboten) die schepen van meer dan 1350 ton kunnen ontvangen
13afvalverwijderingsinstallaties voor de verbranding, zoals gedefinieerd in punt D10 van artikel 4.2.1 VLAREMA, de chemische behandeling, zoals gedefinieerd in punt D9 van artikel 4.2.1 VLAREMA, of het storten van gevaarlijke afvalstoffen
14afvalverwijderingsinstallaties voor de verbranding, zoals gedefinieerd in punt D10 van artikel 4.2.1 VLAREMA, of chemische behandeling, zoals gedefinieerd in punt D9 van artikel artikel 4.2.1 VLAREMA, van ongevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 100 ton per dag
15werkzaamheden voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater als het jaarlijkse volume onttrokken of aangevuld water 10 miljoen m3 of meer bedraagt
16aprojecten voor de overbrenging van water tussen stroomgebieden als die overbrenging tot doel heeft eventuele waterschaarste te voorkomen en de hoeveelheid overgebracht water meer bedraagt dan 100 miljoen m3 per jaar

bin alle andere gevallen, projecten voor de overbrenging van water tussen stroomgebieden als het meerjarige gemiddelde jaardebiet van het bekken waaraan het water wordt onttrokken, meer bedraagt dan 2.000 miljoen m³ en de hoeveelheid overgebracht water 5% van dat debiet overschrijdt; in beide gevallen is overbrenging van via leidingen aangevoerd drinkwater uitgesloten
17rioolwaterzuiveringsinstallaties met een capaciteit van meer dan 150.000 Inwonerequivalenten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 6, van Richtlijn 91/271/EEG (4)
18commerciële winning van aardolie en aardgas als de gewonnen hoeveelheid meer dan 500 ton aardolie per dag of meer dan 500.000 m3 aardgas per dag bedraagt
19stuwdammen en andere installaties voor het stuwen of permanent opslaan van water, met inbegrip van waterspaarbekkens voor drinkwatervoorziening, als een nieuwe of extra hoeveelheid water van meer dan 10 miljoen m3 wordt gestuwd of opgeslagen, en voor de aanleg van een waterbekken als de oppervlakte 50 ha of meer bedraagt
20pijpleidingen met een diameter van meer dan 800 mm en een lengte van meer dan 40 km:

avoor het vervoer van gas, olie of chemicaliën

bvoor het vervoer van koolstofdioxidestromen voor geologische opslag, inclusief de desbetreffende pompstations
21installaties voor intensieve pluimvee- of varkenshouderij met meer dan:

a85.000 plaatsen voor mesthoenders (ander gevogelte dan legkippen), of

b60 000 plaatsen voor hennen (legkippen), of 

c3.000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 20 kg), of

d900 plaatsen voor zeugen
22industriële installaties voor:

ade fabricage van papierpulp uit hout of uit andere vezelstoffen, of

bde fabricage van papier en karton met een productiecapaciteit* van meer dan 200 ton per dag
* productiecapaciteit: de jaarlijkse of dagelijkse effectieve productiecapaciteit van de installaties, rekening houdend met onder andere de eigenschappen van de inrichtingen zoals de opslagcapaciteiten, de werkuren, het aantal werknemers, de werkregeling of personeelsbezetting en rekening houdend met de bij de vergunning aan te vragen capaciteit;
23steengroeven en dagbouwmijnen, met inbegrip van ontginningen van oppervlaktedelfstoffen of grind, met een terreinoppervlakte van meer dan 10 hectare, of turfwinning met een terreinoppervlakte van meer dan 150 hectare
24aanleg van bovengrondse hoogspanningsleidingen van 150 kV of meer en langer dan 15 km
25installaties voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten met een capaciteit van 200.000 ton of meer
26opslaglocaties conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond
27installaties voor het afvangen van koolstofdioxidestromen met het oog op de geologische opslag conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, afkomstig van onder deze bijlage vallende installaties, of als de totale jaarlijkse afvang van koolstofdioxide 1,5 megaton of meer bedraagt
28permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen
29awijziging of uitbreiding van de in deze bijlage of bijlage 2 opgenomen projecten, als die wijziging of uitbreiding op zich voldoet aan de in deze bijlage genoemde  drempelwaarden, voor zover die bestaan

bwijziging of uitbreiding van de in deze bijlage of screeningsbijlage opgenomen projecten, waarvoor al een vergunning is afgegeven, die zijn of worden uitgevoerd, als die wijziging of uitbreiding aanleiding geeft tot een overschrijding van de in deze bijlage genoemde drempelwaarden (niet in rubriek 29, a) opgenomen wijziging of uitbreiding). Van die overschrijding van de drempelwaarde is sprake ofwel als de drempelwaarde van deze bijlage voor het eerst wordt overschreden door het samenvoegen van de al vergunde en de nog te vergunnen activiteiten (= project) ofwel als de verschillende uitbreidingen samen, sinds de laatst verleende ontheffing of goedgekeurde MER (voor zover die bestaan), groter zijn dan de drempelwaarde van deze bijlage.


1Landbouw, bosbouw en aquacultuur

aruilverkavelingsprojecten

bprojecten voor het gebruik van niet in cultuur gebrachte gronden of seminatuurlijke gebieden voor intensieve landbouw

cwaterbeheersingsprojecten voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van irrigatie- en droogleggingsprojecten

deerste bebossing of ontbossing met het oog op omschakeling naar een ander bodemgebruik

eintensieve veeteeltbedrijven

fintensieve aquacultuur van vis

glandwinning uit zee
2Extractieve bedrijven

asteengroeven, dagbouwmijnen, met inbegrip van ontginningen van oppervlaktedelfstoffen of grind, en turfwinningen

bondergrondse mijnbouw

cwinning van mineralen door afbaggering van de zee- of rivierbodem

d

diepboringen, voor zover ze geen betrekking hebben op de verwachte effecten op het leefmilieu die verband houden met de bescherming tegen ioniserende straling, met name:

  • geothermische boringen
  • boringen in verband met de opslag van kernafval
  • boringen voor watervoorziening

met uitzondering van boringen voor het onderzoek naar de stabiliteit van de grond


eoppervlakte-installaties van bedrijven voor de winning van ertsen, van bitumineuze schisten en van koolwaterstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond
3Energiebedrijven

aindustriële installaties voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, met uitzondering van kernenergiecentrales voor zover ze geen betrekking hebben op de verwachte effecten op het leefmilieu die verband houden met de bescherming tegen ioniserende straling

b


industriële installaties voor


cbovengrondse opslag van aardgas

dondergrondse opslag van gasvormige brandstoffen

ebovengrondse opslag van fossiele brandstoffen

findustrieel briketteren van steenkool en bruinkool

ginstallaties voor de behandeling en de opslag van radioactief afval, voor zover ze geen betrekking hebben op de verwachte effecten op het leefmilieu die verband houden met de bescherming tegen ioniserende straling

hinstallaties voor de productie van hydro-elektrische energie

iinstallaties voor de winning van windenergie voor de energieproductie (windturbineparken)

jinstallaties voor het afvangen van koolstofdioxidestromen met het oog op geologische opslag conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, afkomstig van installaties
4Productie en verwerking van metalen

ainstallaties voor de productie van ruwijzer of staal (primaire of secundaire smelting), met inbegrip van continugieten

b

installaties voor de verwerking van ferrometalen door:

  • warmwalsen;
  • koudwalsen van vlakke platen;
  • smeden met hamers;
  • het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal

csmelterijen van ferrometalen

dinstallaties voor het smelten, met inbegrip van het legeren, het vormgieten, walsen (koud- en warmwalsen), het trekken van nonferrometalen, met uitzondering van edele metalen, inclusief terugwinningsproducten (affineren, vormgieten enzovoort)

einstallaties voor oppervlaktebehandeling van metalen en plastic materiaal en kunststoffen door middel van een elektrolytisch of chemisch procedé

fautomobielfabrieken en -assemblagebedrijven en fabrieken van automobielmotoren

gscheepswerven

hinstallaties voor de bouw en reparatie van luchtvaartuigen

iinrichtingen voor het vervaardigen of herstellen van spoorwegmaterieel

jinrichtingen voor het vervormen van metalen (uitstampen) door middel van springstoffen

kinstallaties voor het roosteren en sinteren van ertsen
5Minerale industrie

acokesovenbedrijven (droge distillatie van steenkool)

binstallaties voor de vervaardiging van cement

cinstallaties voor de winning van asbest en de fabricage van asbestproducten

dinstallaties voor de fabricage van glas, met inbegrip van glasvezels

einstallaties voor het smelten van minerale stoffen, met inbegrip van installaties voor de fabricage van mineraalvezels

ffabricage van keramische producten door middel van bakken, namelijk dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein
6Chemische industrie

achemische installaties voor de behandeling van tussenproducten en vervaardiging van chemicaliën

bchemische installaties voor de productie van bestrijdingsmiddelen, kunstmeststoffen en farmaceutische producten, verven en vernissen, elastomeren en peroxiden

copslagruimten voor aardolie, petrochemische en chemische producten bij inrichtingen behorend tot de chemische industrie

dpetrochemische installaties of vervolgfabrieken voor het kraken of vergassen van nafta, gasolie, LPG of andere aardoliefracties behorende tot de chemische industrie
7Voedings- en genotmiddelenindustrie

ainrichtingen voor het vervaardigen van plantaardige en dierlijke oliën en vetten

bconservenfabrieken voor dierlijke en plantaardige producten

czuivelfabrieken

dbierbrouwerijen of mouterijen

esuikerwaren-, siroop- of frisdrankfabrieken

finstallaties voor het slachten van dieren

gzetmeelfabrieken

hvismeel- en visoliefabrieken

isuikerfabrieken
8Textiel-, leder-, hout- en papierindustrie

aindustriële installaties voor de fabricage van papier en karton

binstallaties voor de voorbehandeling (zoals wassen, bleken, merceriseren) of het verven van vezels of textiel

cinstallaties voor het looien van huiden

dinstallaties voor het produceren en bewerken van celstof

ehoutvezelplaat-, spaanplaat-, duplex-, triplex- en multiplexfabrieken
9Rubberverwerkende industrie
inrichtingen voor het vervaardigen en behandelen van producten op basis van elastomeren
10Infrastructuurprojecten

aindustrieterreinontwikkeling

bstadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen

caanleg van spoorwegen

daanleg van faciliteiten voor de overlading tussen vervoerswijzen en van overladingsstations

eaanleg van vliegvelden

faanleg van wegen

gaanleg van haven en haveninstallaties, met inbegrip van visserijhavens, waaronder de aanleg van dokken en sluizen

haanleg van waterwegen

istuwdammen en andere installaties voor het stuwen of voor de langetermijnopslag van water

jaanleg van infrastructuur voor trams, boven- en ondergrondse spoorwegen, zweefspoor en dergelijke bijzondere constructies, die uitsluitend of overwegend voor personenvervoer zijn bestemd

kaanleg van buisleidingen voor transport en bijbehorende randvoorzieningen die niet gelegen zijn binnen de rooilijnen van een openbare weg

laanleg van aquaducten over lange afstand

mkustwerken om erosie te bestrijden en maritieme werken die de kust kunnen wijzigen door de aanleg van onder meer dijken, pieren, havenhoofden, havendammen, en andere kustverdedigingswerken, met uitzondering van instandhoudings-, herstel- of onderhoudswerken

n


werken voorhet onttrekken van grondwater met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van grondwaterhet kunstmatig aanvullen van grondwater

oprojecten voor de overbrenging van water tussen stroomgebieden als die overbrenging tot doel heeft eventuele waterschaarste te voorkomen en het project niet de overbrenging van drinkwater via leidingen betreft

p

werken op of langs niet-kunstmatige bevaarbare waterlopen, namelijk:

  • verbreden of verdiepen van de vaargeul
  • aanleg van stuwen of sluizen

qwerken inzake kanalisering en ter beperking van overstromingen (flood-reliefwerken)
11Andere projecten

ainstallaties voor de verwijdering of het storten van afval

brioolwaterzuiveringsinstallaties en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (KWZI)

cslibstortplaatsen

dmonostortplaatsen voor baggerspecie of ruimingsspecie, afkomstig van de oppervlaktewateren van het openbaar hydrografisch net

eopslag van schroot, met inbegrip van autowrakken

ftestbanken voor motoren, turbines of reactoren

ginstallaties voor de vervaardiging van kunstmatige minerale vezels

hinstallaties voor de terugwinning of vernietiging van explosieve stoffen

ivilderijen

jinrichtingen bestemd voor de destructie van kadavers

kinstallaties voor mestbewerking of -verwerking
12Toerisme en recreatie


skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen


jachthavens


vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones, met bijbehorende voorzieningen


permanente kampeer- en caravanterreinen


themaparken


aanleg van golfterreinen
13Wijziging of uitbreiding van projecten
wijziging of uitbreiding van projecten van bijlage 1 of bijlage 2 waarvoor al een vergunning is afgegeven en die zijn of worden uitgevoerd (niet in bijlage 1 opgenomen wijziging of uitbreiding)

  • No labels