Onderhoud Wegens onderhoudswerkzaamheden zal Confluence vandaag 31 augustus 2023 van 18u00 tot 18u30 even onbeschikbaar zijn.
Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata

In de internationale literatuur wordt voor deze stap (bepaling van de project-m.e.r.-plicht) het woord 'screening' gebruikt. Om verwarring te vermijden met de termen plan-m.e.r.-screening of project-m.e.r.-screening (wat in Vlaanderen formele procedures zijn met bijhorende documenten) wordt deze term hier niet in deze context gebruikt.

Mogelijke procedures

Het toepassingsgebied van de milieueffectrapportage voor projecten wordt geregeld in Afdeling I van hoofdstuk III van Titel IV van het DABM en verder verduidelijkt in het project-m.e.r.-besluit van 10 december 2004.

In tegenstelling tot de situatie bij plan-MER's zijn de projecten waarvoor een MER-plicht geldt duidelijk opgelijst, wat niet wil zeggen dat er geen interpretatiemogelijkheden meer zijn. De project-m.e.r. plicht is wel in alle gevallen verbonden aan een vergunningsplichtige activiteit. Voor niet-vergunningsplichtige activiteiten geldt er geen m.e.r.-plicht. Voor een loutere hernieuwing zonder fysieke ingreep, geldt er geen m.e.r.-plicht cfr. art. 155 van het OV-decreet: "De verplichting tot het uitvoeren van een project-m.e.r. geldt niet voor de loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, tenzij de loutere hernieuwing van de vergunning of de omzetting betrekking heeft op activiteiten die fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben."

Volgende gevallen kunnen zich voordoen:

  • Projecten waarvoor steeds een project-MER dient te worden opgemaakt: dit zijn de projecten vermeld in bijlage I aan het besluit. De procedure wordt hier beschreven.
  • Projecten die in principe MER-plichtig zijn maar waarvoor een gemotiveerd verzoek tot ontheffing kan ingediend worden: deze zijn opgelijst in bijlage II aan het besluit. De te volgen procedure in het geval van een ontheffingsaanvraag wordt hier beschreven. Net als voor de project-m.e.r.-screening moet aangetoond worden dat het project geen aanzienlijke milieueffecten (kan) hebben.
  • Voor projecten vermeld in bijlage III van het besluit geldt in principe ook de MER-plicht, maar de mogelijkheid bestaat om via een project-m.e.r.-screeningsnota (in te dienen bij de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag) aan te tonen dat ze geen aanzienlijke milieueffecten (kunnen) hebben, op basis van bv. hun ligging, eigenschappen, capaciteit of afmetingen. De procedure wordt hier beschreven.

In onderstaande figuur wordt het te doorlopen stroomschema bij de bepaling van de project-m.e.r.-plicht weergegeven:


Figuur Bepaling van de project-m.e.r.-plicht
Het 'onderzoek geval per geval' gebeurt in stap 2 aan de hand van een ontheffingsnota en in stap 3 aan de hand van een screeningsnota.

Volgens artikel 4.3.3,§1 van het DABM kan voor projecten die in principe aan een of andere vorm van milieueffectrapportage zouden moeten worden onderworpen, door de Vlaamse regering onder bepaalde strikte voorwaarden ook een vrijstelling worden verleend. Dit kan enkel indien de bescherming van het algemeen belang het noodzakelijk maakt dat op uitzonderlijke omstandigheden wordt gereageerd met het onverwijld uitvoeren van het project. De Vlaamse regering gaat in dat geval na of er geen andere vorm van beoordeling geschikt is.

Duiding bij de interpretatie van rubrieken van de project-m.e.r.-plicht

Het Team Mer stelt op haar website een aantal handleidingen ter beschikking die bedoeld zijn als praktisch handvat bij de interpretatie van rubrieken uit het project-m.e.r.-besluit. Deze handleidingen zijn geschreven op basis van huidige inzichten, overleg met de sectoren, praktijkervaring binnen het Team Mer en richtlijnen vanuit Europa, en kunnen op de website van het Team Mer worden geraadpleegd. De handleidingen worden regelmatig bijgesteld op basis van nieuwe inzichten. 

Handleidingen zijn in geen geval juridisch bindende documenten. De handleidingen hebben in de eerste plaats tot doel de betreffende rubrieken nader toe te lichten en zo meer duidelijkheid te scheppen over de projecten die eronder vallen. Er zijn op dit ogenblik (januari 2021) handleidingen beschikbaar met betrekking tot:

  • Toepassingsgebied projectmilieueffectrapportage sector ontginningen   (bijlage I rubriek 23, bijlage II rubriek 2a en bijlage III rubriek 2a)
  • Tram- en spoorlijnprojecten   (bijlage I rubriek 7, bijlage II rubrieken 10c en 10j en bijlage III rubrieken 10c en 10g)
  • Aanleg van wegen   (bijlage I rubrieken 9 en 10, bijlage II rubriek 10e en bijlage III rubriek 10e)
  • Industrieterreinontwikkeling   (bijlage II rubriek 10a en bijlage III rubriek 10a)
  • Stadsontwikkelingsprojecten   (bijlage II rubriek 10b en bijlage III rubriek 10b) (actualisatie)
  • Intensieve veeteelt   (bijlage I rubriek 21, bijlage II rubriek 1e en bijlage III rubriek 1e)
  • Textiel   (bijlage II rubriek 8b en bijlage III rubriek 8b)
  • Onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater   (bijlage I, rubriek 15, bijlage II, rubriek 10o en bijlage III, rubriek 10j)
  • Toerisme en recreatie   (bijlage II rubriek 12 en bijlage III rubriek 12 (uitgezonderd II, 12c)
  • Chemie   (bijlage I rubrieken 6 en 25, bijlage II rubriek 6 en bijlage III rubriek 6)
  • Wijzigings- en uitbreidingsrubrieken   (bijlage I, rubrieken 28a en 28b, bijlage II, rubrieken 13a en 13b en bijlage III,13)
  • Leidingen   (bijlage I, rubriek 20, bijlage II, rubriek 10k en bijlage III rubrieken 3b en 10h)
  • Waterwegen en havens   (bijlage I, rubrieken 11 en 12, bijlage II rubrieken 10f en 10g)
  • Windturbines   (bijlage II, rubriek 3i en bijlage III, rubriek 3i)
  • Afval   (bijlage I, rubrieken 13 en 14, bijlage II rubrieken 11b,d,e,f en bijlage III rubriek 11)
  • Ontbossing   (bijlage II, rubrieken 1d)2° en bijlage III rubriek 1d)


Ook op Europees niveau zijn er richtlijnen om de definities en rubrieken in de Europese project-m.e.r.-richtlijn (bijlage I en bijlage II) te interpreteren. Deze richtlijnen zijn te raadplegen op het EIA-luik van de Europese Commissie. Het betreft onder andere volgende documenten ('Commission guidance documents')

  • No labels