- Created by Inge De Cat, last modified on Oct 02, 2025
NBN-norm als code van goede praktijk
De algemene akoestische eisen (met betrekking tot lucht- en contactgeluidsisolatie, gevelisolatie, installatielawaai en nagalm) waaraan woongebouwen moeten voldoen zijn opgenomen in de norm NBN S01-400-1:2022, “Akoestische criteria voor woongebouwen”.
De criteria in deze norm, die een vorige uitgave uit 2008 vervangt, gelden als regels van de goede praktijk voor gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn waarvan de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag ingediend wordt na 1 januari 2023.
De norm kent 3 prestatieniveaus (klasse A, B en C) waarbij de eisen voor klasse C beschouwd moeten worden als het laagste akoestische prestatieniveau dat een minimale akoestische bescherming biedt aan de gebruikers van de woning bij een normale geluidbelasting, terwijl klasse A en B een hoger beschermingsniveau bieden.
De criteria met betrekking tot de akoestische gevelisolatie1 uit deze NBN-norm zijn algemeen toepasbaar. Afhankelijk van de in rekening te brengen geluidbelasting van de gevel ten gevolge van het aanwezige omgevingslawaai, zijn aangepaste maatregelen op gevelniveau vereist waarbij hogere eisen gesteld moeten worden aan de luchtgeluidisolatie van de samenstellende gevelelementen naarmate de geluidbelasting stijgt.
De eisen met betrekking tot de akoestische gevelisolatie worden uitgedrukt in de grootheid DAtr. In functie van de in rekening te brengen geluidsbelasting, uitgedrukt in de grootheid LA,day en LA,night, preciseert de norm voor elk gevelvlak van een te beschermen ruimte2 de waarde van de vereiste gevelgeluidisolatie DAtr. Hoe hoger de geluidsbelasting, hoe hoger de vereiste waarde van DAtr.
De opgelegde eisen met betrekking tot de gevelgeluidisolatie DAtr stemmen bij benadering overeen met een A-gewogen gemiddeld binnenniveau overdag van 34 dB voor het (minimale) prestatieniveau van klasse C en van 30 dB voor het hogere prestatieniveau van klasse A en B. Voor slaapkamers gelden specifieke, bijkomende eisen overeenstemmend met een binnenniveau ’s nachts van respectievelijk 25 dB (klasse A en B) en 28 dB (klasse C).
Daarnaast moet de vereiste gevelgeluidisolatie DAtr in elk geval hoger zijn dan 28 dB (klasse C) en 32 dB (klasse A en B). Voor gevelvlakken van slaapkamers die een belangrijke nachtelijke lawaaibelasting van passages van voertuigen (trein, tram, vliegtuig, bus,…) ondervinden wordt die minimale isolatiewaarde opgetrokken tot 34 dB (van toepassing ongeacht de precieze prestatieklasse).
De norm legt een extra eis op met betrekking tot de luchtgeluidsisolatie (uitgedrukt in de grootheid D2m,A) van de gevel van te beschermen ruimten naar gemeenschappelijk gebruikte buitengalerijen of buitentrappen.
De criteria voor de gevelgeluidisolatie van gevelvlakken voor de 3 prestatieniveaus uit NBN S01-400-1:2022 zijn samengevat in navolgende tabel:
Te beschermen ruimte | Klasse A | Klasse B | Klasse C |
|---|---|---|---|
woonkamer, eetkamer, keuken, studeerruimte en slaapkamer | DAtr ≥ LA,day - 30 dB (a) en DAtr ≥ 32 dB | DAtr ≥ LA,day - 34 dB (a) en DAtr ≥ 28 dB | |
slaapkamer | DAtr ≥ LA,night - 25 dB (a) | DAtr ≥ LA,night - 28 dB (a) | |
| DAtr ≥ 32 dB (c) | |||
extra eis voor gemeenschappelijk gebruikte buitengalerijen of buitentrappen naar bovenstaand vermelde ruimten (b) | D2m,A ≥ 44 dB | D2m,A ≥ 40 dB | |
Bijzonderheden:
(a) Dit criterium dient met 3 dB verhoogd te worden indien de te beschermen ruimte nog een ander gevelvlak bezit waarbij beide gevelvlakken minstens één buitenventilatierooster of gevelelement met geluidverzwakkingsindex RAtr < 48 dB bevatten en beide gevelvlakken worden blootgesteld aan een lawaaibelasting LA,day van minstens 62 dB overdag, of voor slaapkamers, aan een LA,night van minstens 56 dB 's nachts.
(b) Dit criterium is niet van toepassing op buitengalerijen of buitentrappen die enkel in noodsituaties als evacuatieweg gebruikt worden.
(c) Dit criterium is enkel van toepassing op de gevelvlakken van slaapkamers die blootgesteld zijn aan een LAmax,3x,night ≥ 70 dB veroorzaakt door passages van voertuigen (trein, tram, vliegtuig, bus, ...) 's nachts.
Een belangrijk uitgangspunt voor de in rekening te brengen geluidbelasting per gevelvlak is het referentieniveau LAref. LAref is het A-gewogen equivalente geluidrukniveau van het omgevingsgeluid geëvalueerd over een tijdsinterval van minstens 30 minuten in een referentiemeetpunt buiten op 2 m loodrechte afstand van het midden van het akoestisch meest belaste gevelvlak op een tijdstip dat representatief is voor de mogelijke hinder door het omgevingsgeluid overdag tussen 07 en 23u (LAref,day) of ’s nachts tussen 23 en 07u (LAref,night).
Er wordt in de NBN-norm niet vastgelegd wanneer er precies dient gemeten te worden (representatief voor de mogelijke hinder) en hoe deze grootheid te bepalen is wanneer over lange duur wordt gemeten.
De waarde van LAref kan volgens de normatieve bijlage B van de norm bepaald worden op basis van (1) meting(en) op het naakt bouwterrein, (2) meting(en) voor een bestaand gebouw of (3) afgeleid worden uit typebeschrijvingen. Deze laatste methode is minder precies (eerder conservatieve ‘veilige’ benadering).
Uitgaande van de LAref-niveaus (LAref, day en LAref,night) voor het meest belaste gevelvlak worden de waarden van de in rekening te brengen gevelbelasting LA,day en LA,night voor de andere gevelvlakken bepaald door meting of berekening, zoals nader gepreciseerd in de normatieve bijlage C.
De norm onderscheidt hierbij 2 methodes:
- Methode 1 : LA wordt gemeten of berekend voor elk gevelvlak door een gekwalificeerd akoestisch deskundige.
Een informatieve bijlage D bij de norm geeft richtlijnen om de waarden voor LA,day en LA,night in te schatten op basis van jaargemiddelde EU-geluidbelastingsindicatoren in situaties waar verkeerslawaai de dominante bron voor het omgevingslawaai is. De norm verwijst hiervoor naar de informatie in (strategische) geluidbelastingkaarten opgemaakt in uitvoering van de Europese richtlijn 2002/49/EG.
De norm geeft concrete relaties tussen grootheden om in situaties met dominant verkeerslawaai (weg-, spoor- of luchtverkeer) de waarden van LA,day in te schatten op basis van de geluidbelastingsindicatoren Lday of Lden. Analoog worden richtlijnen gegeven om in deze situaties de waarden van LA,night in te schatten op basis van de geluidbelastingsindicator Lnight .
- Methode 2: LA wordt berekend voor elk gevelvlak op basis van de LAref- waarde bepaald volgens de hoger aangehaalde bijlage B.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van rekenregels om de waarde van LA voor de minder belaste gevels, in functie van de oriëntatie en ligging ten opzichte van de te beschouwen verkeersassen, afgeleid kan worden uit de waarde van LAref voor het meest belaste gevelvlak. Deze regels veronderstellen een schematisering van de werkelijke geluidssituatie tot een vereenvoudigde situatie. Bij gebouwen met een lengte > 20 m moet het gebouw opgedeeld worden in afzonderlijke deelgebouwen waarbij per deelgebouw een afzonderlijke waarde voor LAref bepaald moeten worden en per deelgebouw de rekenregels voor gebouwen met een lengte < 20 m moeten toegepast worden. De methode is bruikbaar voor relatief eenvoudige geluidssituaties maar zal in complexe situaties onvoldoende precies zijn.
De methode 2 , die minder precies is dan de methode 1, kan volgens de norm ook gebruikt worden voor de berekening van de gevelisolatie tegen omgevingslawaai ten gevolge van weg- of spoorverkeer.
In het geval van een belangrijke, nachtelijke lawaaibelasting ten gevolge van regelmatig lucht- of spoorverkeer, zal de (verhoogde) minimale gevelgeluidisolatie DAtr >= 34 dB voor de gevelvlakken van slaapkamers niet noodzakelijk tot een aangepaste bescherming leiden. De informatieve bijlage D geeft bijkomende richtlijnen voor extra criteria met betrekking tot de gevelgeluidisolatie in het geval van nachtelijk lucht- of spoorverkeerslawaai:
| Aard van het omgevingslawaai | Te beschermen ruimte | Klasse A | Klasse B | Klasse C |
|---|---|---|---|---|
| spoorverkeer | slaapkamer | DAtr ≥ LAmax,3x,night - 42 dB (a) | DAtr ≥ LAmax,3x,night - 46 dB (a) | |
| luchtverkeer | slaapkamer | DAtr ≥ LAmax,3x,night - 38 dB (a) | DAtr ≥ LAmax,3x,night - 42 dB (a) | |
| (a) Dit criterium wordt met 3 dB verhoogd indien de te beschermen slaapkamer nog een ander gevelvlak bezit waarbij beide gevelvlakken minstens één buitenventilatierooster of gevelelement met gewogen geluidverzwakkingsindex RAtr < 48 dB bevatten en beide gevelvlakken worden blootgesteld aan een lawaaibelasting LAmax,3x,night van minstens 74 dB. | ||||
De bepalingsmethoden voor de normatieve grootheden (LAref, LA, LAmax) ter karakterisering van de in rekening te brengen geluidbelasting (per gevelvlak) zijn niet altijd eenduidig en kunnen tot verschillende resultaten leiden, afhankelijk van de toegepaste methode en het ogenblik van metingen (indien uitgegaan wordt van metingen). De resultaten zijn dan ook soms vrij onnauwkeurig en afhankelijk van de precieze werkwijze en/of interpretatie.
De in de NBN-norm vastgelegde eisen vervallen wanneer specifieke strengere wettelijke bepalingen gelden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met betrekking tot de gevelgeluidisolatie in de buurt van luchthavens.
Criteria voor akoestische gevelisolatie bij m.e.r.
Navolgende criteria omvatten de eisen waaraan de akoestische gevelisolatie moet voldoen indien dit als milderende maatregel wordt opgelegd bij MER (screenings)plichtige nieuwe woonontwikkelingen. De geluidbelastingsindicatoren LA en LAref van de NBN-norm, zijn moeilijk één op één vergelijkbaar met de Lden geluidsniveaus die worden berekend in het kader van de algemene toetsing ten aanzien van de drempelwaarden voor nieuwe woonontwikkelingen en die nader te bepalen zijn als invallend geluid (zonder gevelreflectie) en op een standaard hoogte van 4 m, zoals ook nader gepreciseerd in de richtlijn 2002/49/EG.
In een beleidsvoorbereidende studie in opdracht van het departement Omgeving3 werd een ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift met gedifferentieerde isolatiecriteria voor weg-, spoor- en luchtverkeersgeluid nader geëvalueerd en vergeleken met de criteria uit de vroegere uitgave van NBN S01-400-1:2008, alsook met de nieuwe, aangepaste criteria uit de ontwerpnorm prNBN S01-400-1:2019. Op basis van deze evaluatie en op grond van een benchmarking van internationaal gebruikte criteria voor akoestische gevelisolatie werd in dit onderzoek een aanvullend en sterk vereenvoudigd isolatiecriterium onderzocht, steunend op de grootheid Lden:
Dit aanvullend criterium stemt in grote lijnen overeen met de prestatie-eisen zoals deze ook in Deens en Nederlandse voorschriften geformuleerd zijn op grond van de jaargemiddelde geluidbelasting Lden met als doelstelling een gestandaardiseerd niveau in de ontvangruimte gelijk aan Lden,i 33 dB.
In dit aanvullend criterium wordt bijgevolg rechtstreeks uitgegaan van het invallende geluidsniveau Lden (zonder gevelreflectie) zoals ook wordt gehanteerd in het toetsingskader voor nieuwe woonontwikkelingen. De Lden-grootheid geeft de geluidsbelasting die representatief voorkomt gedurende lange periodes en niet gebaseerd is op toevallige of tijdelijke situatie. Bovendien kan het Lden geluidsniveau worden berekend via een overdrachtsberekening met een rekenmodel en kan het eventueel ook in zekere mate gecontroleerd worden door metingen.
Voor spoorverkeerslawaai werd een bijkomend criterium voor nachtruimten onderzocht in functie van een bijkomende bescherming in slaapkamers tegen nachtelijke piekgeluiden. Hiertoe werd het nachtelijk piekgeluidencriterium uit het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift aangepast en bijgesteld tot maximaal 3 overschrijdingen van 42 dB (aanbeveling m.b.t. LAmax uit WGO-NNGL 2009) te bepalen over een ‘gemiddelde ‘nacht: DAtr ≥ LAmax,5x,23-07u +3 – 42 dB. Problematisch blijft de eenduidige bepaling van LAmax,5x,23-07u onder representatieve omstandigheden en de verdeling ervan over verschillende gevelvlakken. De methode die in het kader van het onderzoek werd voorgesteld om de distributie en de gevelbelastingen van piekgeluiden per treinpassage (LAmax,i) te berekenen op basis van de LAeq,1u- waarden per treinpassage werd nog niet nader geëvalueerd.
Voor luchtverkeerslawaai werden mogelijke voorstellen tot aanpassing en vereenvoudiging van het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift in het kader van het onderzoek niet nader onderzocht. De eisen voor luchtverkeerslawaai uit het ontwerp van gewestelijk voorschrift steunend op een criterium Lday voor dagruimten en een gecombineerd criterium van equivalente en overschrijdingsfrequenties (Lnight, LAmax,5x, LAmax,1x) blijven dan ook behouden. Dit complexe voorschrift werd op basis van een prognose 2020 voor de luchthaven Brussel-Nationaal in detail uitgewerkt (modelberekening) maar de randvoorwaarden zijn inmiddels achterhaald. Voor regionale luchthavens werd het voorschrift nog niet toegepast of in detail uitgewerkt.
Een aangepast en vereenvoudigd voorstel van gewestelijk isolatievoorschrift werd bijgevolg tot dusver in het kader van deze studie nog niet gefinaliseerd.
Voor de algemene toepassing in het kader van het MER-studies stellen we daarom navolgende generieke eisen voor met betrekking tot de vereiste akoestische gevelisolatie DAtr steunend op al of niet in detail beschikbare informatie over de gevelbelastingen in Lden (en Lnight):
Te beschermen ruimte | Wegverkeerslawaai | Spoorverkeerslawaai | Luchtverkeerslawaai |
|---|---|---|---|
Woonkamer, keuken, studeerruimte en slaapkamer | DAtr ≥ Lden + 3 - 33 en DAtr ≥ 30 dB | DAtr ≥ Lden + 3 - 33 en DAtr ≥ 30 dB | DAtr ≥ Lden + 3 – 28 en DAtr ≥ 30 dB |
Slaapkamer | DAtr ≥ Lnight + 3 - 23 | DAtr ≥ Lnight + 3 - 18 | |
Definities DAtr [dB] : het gewogen, gestandaardiseerde geluidsdrukniveauverschil (van de gevel) met het typespectrum voor wegverkeerslawaai volgens NBN EN ISO 717-1:1997 - (DAtr = D2m,nT,w + Ctr) Lden [dB] is de gevelbelasting aan het hoogst belaste gevelvlak (invallend geluid, zonder gevelreflectie) van de te beschermen ruimte en is het A-gewogen gemiddelde geluidsdrukniveau over lange termijn, vastgesteld over de dag-, avond- en nachtperioden van een jaar, waarbij voor de avond en nacht straffactoren van respectievelijk 5 dB en 10 dB worden opgeteld. Lnight [dB] is de gevelbelasting aan het hoogst belaste gevelvlak (invallend geluid, zonder gevelreflectie) van de te beschermen ruimte en is het A-gewogen gemiddelde geluidsdrukniveau over lange termijn, vastgesteld over de nachtperiode van 23-07u. | |||
Bij verwijzing naar de eisen inzake algemene akoestische isolatie als milderende maatregel in het afwegings- en beoordelingskader voor nieuwe woonontwikkelingen, zullen bijgevolg algemeen bovenstaande criteria toegepast worden in plaats van de eisen uit NBN S01-400-1:2022. Enkel omwille van gemotiveerde redenen kan hiervan afgeweken worden en kan in de plaats hiervan de NBN-norm gehanteerd worden.
.
- In de terminologie van NBN S01-400-1:2022 wordt algemeen het begrip ‘gevelgeluidisolatie’ gebruikt.
- Een ‘gevelvlak’ is in NBN S01-400-1:2022 gedefinieerd als deel van de gebouwbuitenschil met eenzelfde hoofdoriëntatie en grenzend aan slechts één binnenruimte.
- Ontwikkeling en toepassing van een gewestelijk voorschrift voor de akoestische gevelisolatie van woningen tegen weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai’ uitgevoerd door Tractebel.
- No labels