Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata


De waterbodemverkenner is een interactieve resultaten laag in de DOV-verkenner die het resultaat is van het project “Waterbodemverkenner” (Notebaert et al., 2018; Clymans et al., 2019). Een project uitgevoerd door VITO in opdracht van de OVAM en in samenwerking met VMM, DOV en de Provincie Antwerpen.

Raadpleeg de handleiding van de DOV-verkenner voor de algemene functionaliteiten.

Om toegang te hebben tot de Waterbodemverkenner moet je daartoe de nodige rechten verkregen hebben.

1. Algemeen

De waterbodemverkenner berekent een gebiedsdekkende onderzoeksprioritering voor de waterbodems in Vlaanderen. De onderzoeksprioritering heeft als doelstelling om te bepalen voor welke waterloop-segmenten er prioritair een onderzoekstraject zal opgestart worden ter voorbereiding van een eventuele aanpak van verontreinigde waterbodem. De onderzoeksprioritering is een geïntegreerde maat voor verontreiniging, de ecologische waarde, de kans op duurzaam herstel en het maatschappelijk belang van waterloopsegmenten, uitgewerkt op een ruimtelijk expliciete manier. Het ondersteunt een integrale sediment– en waterbodembeheer op Vlaams niveau.

Twee kaartlagen zijn raadpleegbaar:

-       Meetpunten: De waterbodemkwaliteit gegevens voor alle meetpunten in Vlaanderen. Oftewel de fysico-chemische signaalwaarden van polluenten verzameld door de waterloopbeheerders, VMM en OVAM. Deze laag is enkel zichtbaar vanaf schaal 1:50.000.

-       Waterbodems: Resultaat onderzoeksprioritering waarbij via een multicriteria analyse (MCA) (zie sectie 2.1) een rangschikking van Vlaamse waterloopsegmenten gemaakt is die de onderzoekslijst opmaken. Hoe hoger de onderzoeksprioriteit van een waterloopsegment, hoe hoger dat segment op de onderzoekslijst staat. Dit kaartbeeld is dynamisch en een herberekening van de prioritering is mogelijk door de gewichten van de criteria aan te passen via schuifbalken of manuele ingave en daarna voor “Herbereken kaart” te kiezen.

2. Methodiek onderzoeksprioritering

2.1 Multi-criteria analyse

Voor de doorrekening van de onderzoeksprioritering wordt er gebruik gemaakt van een multicriteria-analyse (MCA) op het niveau van waterloopsegment. Een multicriteria-analyse maakt een gewogen sommering per waterloopsegment van de individuele scores toegekend aan de geselecteerde criteria (zie sectie 2.2):

 

Score waterloopsegment x = β1 * Criterium1 + β2 * Criterium2 + …+ βn * Criteriumn

waarbij

Criteriumi = score tussen -1.5 en 1.5 voor waterloopsegment x op criterium i

β i = gewicht/belang van criterium i in prioritering

 

Elk criterium wordt ingedeeld in een aantal klassen op basis van geobserveerde (meet/criterium)waardes, en aan elke klasse wordt een score toegekend. Per criterium wordt deze dan gekoppeld aan een standaard wegingsfactor. De totaalscore (i.e. score waterloopsegment) is de som van de gewogen scores voor alle criteria. Voor elk waterloopsegment wordt een dergelijke totaalscore berekend op basis van de criteria die voor dat segment beschikbaar zijn.

Op basis van de gewogen score wordt elk waterloopsegment beoordeeld naar prioriteit voor verder onderzoek.

2.2 Verklaring criteria

Hier volgt een beschrijving van de acht weerhouden criteria ter ondersteuning onderzoeksprioritering. De acht geselecteerde criteria weerspiegelen de maat van verontreiniging, de ecologische waarde, de kans op duurzaam herstel en het maatschappelijk belang van waterloopsegmenten op een ruimtelijk expliciete manier. Elk criterium wordt opgedeeld in klassen waaraan scores worden gekoppeld, en tevens wordt voor elk criterium een wegingsfactor gedefinieerd (zie sectie 2.3).

Maat van waterbodemverontreiniging

Triade Kwaliteitsbeoordeling (TKB)

Ecologische beoordeling van de kwaliteit van de waterbodem in Vlaanderen volgens triade bestaat uit drie verschillende evaluaties die gecombineerd worden tot één eindbeoordeling: een fysisch chemische, een ecotoxicologische en een biologische evaluatie. De kwaliteit van een waterbodem wordt vergeleken met een referentiebodem die de natuurlijke toestand benadert (Deckere, Cooman et al. 2000). Hoe meer luiken een afwijking ten opzichte van de referentiebodem vertonen, hoe slechter de waterbodemkwaliteit.  Sinds 2016 worden elke 6 jaar  300 meetplaatsen bemonsterd binnen het waterbodemmeetnet (VMM), voorheen betrof dit 600 meetplaatsen elke 4 jaar. De TKB geeft een bestaand risico voor verontreininging.

Fysico-chemische signaalwaarde (FCS)

Beoordeling van het potentieel risico voor verontreiniging op basis van louter fysico-chemische waarden. Ter evaluatie werden 31 polluenten binnen de groepen metalen, PAK's, PCB's en KWS geselecteerd. Per polluent wordt de geobserveerde meetwaarden vergeleken met vastgelegde triggerwaarden (studie Universiteit Antwerpen; overzicht in Bijlage A). Hoe hoger de overschrijding ten opzichte van de triggerwaarde, hoe hoger het risico op een verontreinigde waterbodem.

Kwaliteit van aquatisch ecosysteem

Multimetrische Macro-invertebratenindex Vlaanderen (MMIF)

Index beoordeelt de macro-invertebratenfauna van rivieren en meren conform de Europese kaderrichtlijn Water (KRW) op basis van vijf criteria die een maat zijn voor de diversiteit, samenstelling, omvang en tolerantie van de populatie (sinds 2012 vervanger van Belgische biotische index (BBI) uit BOS_PRIO). De eindbeoordeling is een bio-index waarde tussen 0 en 1 waarbij een hoge waarde duidt op een zeer goede ecologische status. Het meetnet wordt onderhouden door VMM.

Visindex

De visindex geeft een geïntegreerde score van de ecologische kwaliteit van het visbestand weer ten opzichte van een referentiesituatie (vervanger van Palingenpolluentenmeetnet uit BOS_PRIO). De eindbeoordeling is de ecologische kwaliteitsindex (EQR) en varieert tussen 0 (slecht) en 1 (maximaal ecologisch potentieel). De indicator wordt jaarlijks gemeten door INBO. Net zoals bij de palingpolluentenmeetnet wordt de hoogste score toegekend aan segmenten met het laagste ecologisch potentieel. Een lage EQR suggereert de aanwezigheid van schadelijke bio-accumulerende polluenten en een verslechterde ecologische toestand ten gevolge van vrijgave polluenten uit waterbodem, en dus prioritair te behandelen.

Structuur

Het uitzicht van een natuurlijke beek wordt bepaald door een aantal structuurkenmerken die van levensbelang zijn voor dieren en planten in en om de beek. Voor het beoordelen van een waterloop met betrekking tot de structuur werd gebruik gemaakt van de aanwezigheid van de volgende kenmerken: meandering, stroom-kuilen patroon (afwisseling van diepe en ondiepe plaatsen) en de aanwezigheid van holle oevers. De combinatie van de drie kenmerken geeft een maat voor de morfologische variatie en dus zelfreinigend vermogen van de waterloop. De structuurkenmerken worden opgedeeld in volgende klassen: zeer waardevol (B1, S1, R1); waardevol (B2, S2, R2); matig (B3, S3, R3); slecht (B4, S4, R4); zeer slecht (B5, S5, R5); kanaal (kan); drooggevallen (drg, polderwaterloop); geen gegevens (gi). Bron: Bervoets, Schneiders en Wils, studie uitgevoerd door de UIA i.o.v. AMINAL, afdeling water, 1990 – 1995.

Kans op duurzaam herstel

Strahler

De Strahlerorde wordt aangewend als fysische maat voor de overgang van boven- naar benedenloop. De achterliggende gedachte is dat een plotse toename in breedte of diepte vooral plaatsvindt na de samenvloeiing van enkele grotere waterlopen. De Strahlerorde komt dus overeen met de vertakkingsgraad van de waterloop en varieert van 1 (bij de bron) t.e.m. 8. De kunstmatige waterlopen (kanalen) worden afzonderlijk beschouwd. Hoe kleiner de strahler orde hoe dichter bij de bron en hoe lager de kans op stroomopwaarste verontreinigingsbronnen, en dus hoe hoger de kans op duurzaam herstel. Bron: Bervoets, Schneiders en Wils, studie uitgevoerd door de UIA i.o.v. AMINAL, afdeling water, 1990 – 1995.

Ruimtegebruik

Bepaling van dominant landgebruik op de oever van waterloopsegmenten en hieraan gekoppeld de evaluatie of het al dan niet in overstromingsgebied ligt. Het dominant landgebruik geeft een maat voor de kans op herstel aan waarbij ecologische waardevolle gebieden zoals natuur en landbouw sneller herstellen dan bijvoorbeeld industrie. Bovendien geeft het een indicatie van de omvang van de te beschermen waardevolle gebieden (zijnde natuur en landbouw). Dergelijke gebieden krijgen dan ook een hogere prioritering. Ligging in overstromingsgebied geeft een indicatie voor mogelijke verspreiding van waterbodemverontreiniging. Indien dominant landgebruik overstroombaar is krijgt het een hogere prioritering. Landgebruikscategorieën zijn gebaseerd op de landgebruikskaart Vlaanderen 2016.

Maatschappelijk belang

Oppervlaktewaterwingebied

Voor de ligging in oppervlaktewaterwingebied voor drinkwater worden de gebieden (inclusief riviersegmenten) weerhouden welke vastgesteld zijn in het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 tot aanduiding van de oppervlaktewateren bestemd voor de productie van drinkwater categorie A1, A2 en A3, zwemwater, viswater en schelpdierwater. Een waterloopsegment dat deel uitmaakt van een oppervlaktewaterwingebied krijgt een score 1.

2.3 Standaard wegingsfactoren

Per criteria wordt een standaard wegingsfactor gedefinieerd. De gebruikte wegingen stemmen overeen met deze vastgelegd in de BOS_PRIO, en in het geval van de MMIF en Visindex aangepast binnen de studie “Opmaak van een prototype Waterbodemverkenner” (Notebaert et al., 2018).

 

Criteria

Wegingsfactor

Maat van waterbodemverontreiniging

Triade Kwaliteitsbeoordeling (TKB)

0.325 (/0)*

Fysico-chemische signaalwaarde (FCS)

0.2 (/0.525)*

Kwaliteit van aquatisch ecosysteem

Multimetrische Macro-invertebratenindex Vlaanderen (MMIF)

0.05

Structuur

0.025

Visindex

0.025

Kans op herstel

Strahler

0.2

Ruimtegebruik

0.125

Maatschappelijk belang

Oppervlaktewaterwingebied

0.05

 

*Opgelet de belangrijkste criteria hebben betrekking op de maat van de verontreiniging. Deze wordt voorgesteld door Triade Kwaliteitsbeoordeling (TKB) en de fysico-chemische signaalwaarde (FCS). Elk krijgen hun eigen wegingsfactor. Wegens het belang van deze twee criteria, en het feit dat de FCS voor (veel) meer punten beschikbaar is dan TKB (fysico-chemische signaalwaarde is telkens beschikbaar wanneer TKB beschikbaar is), werd beslist om de wegingsfactor van deze eerste te verhogen naar 0.525 wanneer TKB niet beschikbaar is.

2.4 Indeling onderzoeksprioritering

De waterloopsegmenten worden verder ingedeeld naargelang hun gewogen score. Hierbij is er gekozen om de bovengrens en ondergrens automatisch te laten bepalen via percentielen. Hierbij wordt een geordende dataset in 100 delen van gelijke grootte verdeeld. Het k-de percentiel is dan een getal dat de k% kleinere data van de (100 – k)% grotere scheidt, bijvoorbeeld het 95e percentiel is een getal zodanig dat 95% van de data kleiner is en 5% groter of eraan gelijk.

 

Categorie

Percentiel

Legende

1

<25 %

Laagste onderzoeksprioritering

2

25-50%

Lage onderzoeksprioritering

3

50-75%

Beperkte onderzoeksprioritering

4

75-95%

Hoge onderzoeksprioritering

5

>95%

Hoogste onderzoeksprioritering

 

De waterloopsegmenten in categorie 5 zijn  de 5 procent slechts scorende segmenten en die bovenaan de onderzoekslijst voor aanpak verontreinigde waterbodems eindigen. Het automatische afbakenen van de onder- en bovengrens staat toe om bij aanpassingen van de gewichten met de schuifbalken telkens een nieuwe verdeling (top 5%) te bekomen die vergeleken kan worden tussen scenario’s.

 

Opgelet: Indien er onvoldoende variatie is in berekende scores op basis van de ingestelde gewichten wordt enkel het 50% en 95% percentiel berekend. I.p.v. 5 zullen er slechts drie categorieën worden weergegeven op de kaart.

3. Functionaliteiten

3.1 Bevraging meetresultaten

Alle achterliggende fysico-chemische meetwaarden kunnen opgevraagd worden door een meetpunt te selecteren in het kaartbeeld ‘Meetpunten’ (vanaf 1:50.000). De resultaten van de doorprik worden weergegeven in een dialoogvenster onderaan de viewer, en bevat volgende informatievelden:

-       Bron: de instantie verantwoordelijk voor het meten van de waterbodemkwaliteit

-       Locatie: unieke ID van het meetpunt

-       Locatieomschrijving: unieke naam van het meetpunt

-       Datum: moment van staalname

-       Parameter: polluent waarvoor een meetresultaat beschikbaar is

-       Detectiemethode: teken dat aangeeft of de meting gelijk is aan (=), beneden detectielimiet (<) of groter dan een bepaalde grenswaarde (>) is.

-       Meetwaarde

-       Meeteenheid

De resultaten kunnen ook integraal gedownload worden via de knop ‘Resultaten downloaden’. De gebruiker ontvangt dan een word document met een overzicht, inclusief tabel, van de opgevraagde resultaten.


3.2 Weergave ongewogen scores per criteria

Alle achterliggende scores per criteria kunnen opgevraagd worden door een waterloopsegment of meetpunt te selecteren in het kaartbeeld ‘Waterbodems’. Via de link ‘Grafiek Segmentscores’ onder Waterbodems in het dialoogvenster ‘Resultaten van de doorprik’ krijgt de gebruiker een overzicht van alle ongewogen scores per criteria. De criteria waarvoor geen data beschikbaar is worden opgelijst. De gebruiker kan op basis hiervan een eerste inzicht krijgen in welke criteria doorslaggevend waren in de bepaling van de onderzoeksprioriteit.

 

Bijvoorbeeld de Molenbeek (Netebekken) heeft een hoge onderzoeksprioriteit. Uit de grafiek segmentscores blijkt dat alle criteria met uitzondering van de fysico-chemische signaalwaarde middelmatig tot hoog score. Het waterloopsegment heeft een hoge onderzoeksprioriteit, i.e. bij de top 25% van de onderzoekslijst. Opgelet voor de Visindex is er geen data beschikbaar voor dit waterloopsegment.

3.3 Onderzoeken rol van criteria

Een gebruiker kan eenvoudig het ruimtelijk patroon en de impact van een individueel criteria onderzoeken door de gewichten van de parameters aan te passen en de kaart te herrekenen.

Het ruimtelijk patroon per criteria kan bekomen worden door alle gewichten met uitzondering van het gewenste criteria op nul te zetten. Het kaartbeeld ‘Waterbodems’ weerspiegelt dan de scores van het gewenste criteria in de vorm van een onderzoeksprioriteit. M.a.w. indien enkel een gewicht wordt toegekend aan fysico-chemische signaalwaarde geeft het resultaat aan welke waterloopsegmenten enkel vanuit het ‘waterbodemkwaliteit’ oogpunt een hoge onderzoeksprioriteit ontvangen.

 

De impact van de criteria en diens gewichten op de onderzoeksprioritering kan onderzocht worden. Wat als het belang van een goede ecologische toestand een hoger gewicht (vb. Structuur van 0.025 naar 0.2) ontvangt ten opzichte van de andere criteria, hoe verandert de onderzoeksprioritering van de waterloopsegmenten in Vlaanderen?

 

Deze functionaliteit dient enkel om de gebruiker een dieper inzicht te geven in de rol van criteria. Enkel de instelling met de standaard wegingen resulteert in de onderzoeksprioriteit die het huidig integraal sediment- en waterbodembeheer ondersteunt. Er kan altijd teruggekeerd worden naar de originele onderzoeksprioritering door de waterbodemverkenner pagina te herladen of de standaard gewichten uit sectie 2.3 manueel in te voeren.



  • No labels